De laatste jaren is het product elektriciteit een vrij verhandelbaar ‘commodity’ geworden. Het tempo waarin deze ontwikkeling zich heeft voltrokken is mede bepaald door het tempo waarin aanbieders en afnemers zich de vaardigheden hebben aangeleerd en de instrumentaria hebben ontwikkeld om de elektriciteitsmarkt goed te kunnen laten functioneren. Bovendien heeft de wetgever nog enige tijd nodig gehad om een wetgevend kader te scheppen, dat gelijke kansen voor toetreding tot de markt voor alle aanbieders kon waarborgen. Terug naar het jaar 2002.

Voor Nederland is gesteld dat uiterlijk 2002 de zakelijke markt vrij zal zijn en dat in 2007 de vrije elektriciteitsmarkt ook voor consumenten een feit zal zijn. Dat echter de markt zijn eigen dynamiek zal blijken te bezitten en voor deze tijdplanning uit zal lopen, lijkt heel wel mogelijk. Voor de aanbieders zal het van levensbelang zijn over dát instrumentarium te beschikken, dat hen in staat stelt ‘optimale’ beslissingen te nemen over verkoop en inkoop van elektriciteit. Dit geldt eveneens voor díe afnemers bij wie elektriciteit een wezenlijk bestanddeel van hun bedrijfskosten uitmaakt. Dit des te meer omdat het product geen directe voorraadvorming en afnamepatronen kent, die in de tijd zeer sterk kunnen variëren.